> Geschiedenis
Geschiedenis Kenniscentrum Recreatie
Op 9 oktober 1958 werd de Stichting Recreatie gevormd uit de fusie van de Stichtingen ‘Nederlands Centrum voor Vacantie en Vacantierecreatie’ en ‘Werkcomité Natuurbehoud en Recreatie’. Dit ‘contactcentrum voor openluchtrecreatie, vakantiebesteding en natuurbehoud’ fungeerde jarenlang als trefpunt voor organisaties uit de recreatiesector en adviseerde namens die sector bij belangrijke overheidsvoornemens.
Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw werden deze functies gaandeweg overgenomen door andere organisaties. De Voorlopige Adviesraad voor de Openluchtrecreatie en nog later de Raad voor de Openluchtrecreatie kregen formeel een adviesrol voor de overheid. En in de zich snel ontwikkelende sector ontstonden of professionaliserenden zich belangenbehartigers voor deelsectoren zoals de HISWA voor de waterrecreatie en de RECRON voor de recreatie-ondernemers.
In de jaren ’90 professionaliseerde het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij Sinds 1 januari 2004: ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. haar kennisbeleid. Uit een inventarisatie bleek dat de sectoren landbouw en natuur op dit punt goed voorzien waren. Maar voor de openluchtrecreatie was behoefte aan een kennisorganisatie. Een rol die de Stichting Recreatie met haar jarenlange ervaring op het lijf geschreven was. Het ministerie van LNV vroeg de Stichting Recreatie daarom de omslag te maken van belangenbehartiger naar kenniscentrum.
In de daaropvolgende zoektocht naar een goede invulling bleek dat ‘kennis’ een statisch begrip is en op zichzelf niet werkt. Kennis is voorwaardescheppend en werkt alleen als het wordt toegepast. Daarvoor is een innovatieve op de toekomstgerichte oriëntatie nodig. Zo onstond de nieuwe ondertitel: Kennis- en Innovatiecentrum. Vanaf 1 januari 1995 was de nieuwe missie:
“De Stichting Recreatie, Kennis- en Innovatiecentrum werkt aan een duurzame ontwikkeling van het recreatieve aanbod in relatie tot zijn sociaal-culturele, economische en ecologische waarde, door het (laten) verzamelen, ontwikkelen, bewerken en verspreiden van kennis en informatie.”
Het ministerie van LNV is (met achtereenvolgens de directies Openluchtrecreatie, Groene Ruimte en Recreatie en sinds 1 januari 2004 de directie Platteland) vanaf het begin de belangrijkste subsidiegever van het Kennis- en Innovatiecentrum. De relaties tussen natuur, platteland en recreatie zijn daardoor een belangrijk onderdeel van het werk van het Kennis- en Innovatiecentrum. Projecten voor andere subsidiegevers zoals de ministeries van VROM en VWS, provincies en grote terreinbeheerders hebben ervoor gezorgd dat de Stichting Recreatie haar brede visie op recreatie heeft kunnen behouden en uitbreiden. Recreatie en gezondheid, recreatiemobiliteit, recreatie en ruimte, de socio-economische effecten van recreatie, recreatie en veiligheid, waterrecreatie, het toenemende gebruik van Geografische Informatiesystemen en internet: de Stichting Recreatie heeft als Kennis- en Innovatiecentrum een scherp oog voor nieuwe ontwikkelingen en thema’s, brengt ze onder de aandacht en beschouwd ze op gevolgen voor het recreatiebeleid. Zelfstandig én in samenwerking met andere nationale en internationale kenniscentra en -bureaus. De Stichting Recreatie noemt zich dan ook hét Kennis- en Innovatiecentrum voor de recreatiesector.
In het jubileumjaar 2008 stond de naam van de stichting ter discussie. Als de organisatie zich al jaren afficheert als ‘hét kenniscentrum’, waarom de organisatie dan niet zo noemen? En zo werd besloten, kort en duidelijk: Kenniscentrum Recreatie.
Ook oriënteerde het kenniscentrum zich opnieuw op haar positie. Recreanten vragen om steeds meer afwisseling en een hoge kwaliteit van recreatieaanbod en -beleving. Overheden en marktpartijen kunnen hier alleen op in spelen door samen te werken. Het Kenniscentrum Recreatie wil die integrale samenwerking nog meer dan voorheen stimuleren met kennis, bijeenkomsten en discussie.
Op 14 november 2008 vierde het Kenniscentrum Recreatie het vijftigjarige jubileum en onthulde de nieuwe naam en het nieuwe logo.
De jaren daarna werkte het Kenniscentrum Recreatie aan tal van nieuwe producten. Zo brachten we alle gegevens over recreatie en toerisme bijeen in de Monitor Vrije tijd en toerisme, vernieuwden ons vraag-aanbod model BRAM, ontwikkelden een Zwemwatermodel en de methodiek Vraaggericht werken. Het Kenniscentrum Recreatie werkte steeds meer voor provincies en gemeenten. Bij het aantreden van het kabinet Rutte moest de overheid fors inkrimpen. Het nieuwe ministerie van EL&I besloot recreatie niet meer als kerntaak te zien en stopt de subsidie voor het Kenniscentrum Recreatie.
Op 23 mei 2011 hebben directie en Raad van Toezicht besloten het Kenniscentrum Recreatie op te heffen. Dit omdat het ministerie van EL&I de subsidie aan het Kenniscentrum Recreatie in korte tijd ging afbouwen naar nul. Dit betekent dat het Kenniscentrum Recreatie per 1 januari 2012 haar deuren sluit.
